Kahoot handleiding

Van de week kreeg ik een vraag van mijn collega om “even”een handleiding van Kahoot te maken.

Deze collega wil graag voor zijn studie een Kahoot maken. Hij heeft nog nooit een Kahoot gemaakt en gespeeld. Ik ben “even”aan de slag gegaan. Natuurlijk ben ik eerst gaan zoeken op Google. Helaas vond ik alleen oude handleidingen van Kahoot. Dus toch maar “even”een handleiding maken, wetende dat mijn handleiding door een druk op de knop van Kahoot verouderd kan zijn.

Dat “even” een Kahoot maken heeft mij toch een tweetal uren gekost. Leuk voor mijn professionaliseringsuren, nog maar 140 uur te gaan 🙂 . Als ik er dan toch tijd in heb gestoken kan ik net zo goed dit delen met degene die ook stap voor stap een Kahoot wil maken. Dus hierbij: http://bit.ly/2sfDGZf

 

Laat maar weten of je er iets aan hebt gehad?

 

ICTdag2

In het kader van professionalisering ben ik naar een bijeenkomst in Eindhoven gegaan. Het Sint-Joriscollege was gastheer voor de de 2de ICTpraktijkdag in Nederland http://ictdag.nl/.

Na het inschrijven begon meteen de keuze stress. Wat een geweldige workshops werden er aangeboden. Ik heb gekozen om de workshop: bloggen is leren en differentiëren in je les met ICT.

Bloggen is te leren word gegeven door Karin Winter. Karin stuurde van te voren een mail met de een link om voor te bereiden. In deze link stond ook wat mijn leervraag is voor het volgen van deze workshop. Ik wilde graag weten hoe ik mijn leerlingen het beste kan leren bloggen zodat mijn leerlingen het geleerde beter kunnen verwerken. Een vervolg stap is dan kunnen andere leerlingen aanvullingen geven en reflecteren op de blog van de mede leerlingen. Voor mijn VMBO leerlingen zal dit een nog een leerpunt zijn, maar zeker wel te doen.

Karin heeft een stappenplan gemaakt om in  wordpress een blog te starten. Ook ik heb een nieuwe blog gestart (meneerreulen 🙂 ). Ik heb dit gedaan om alle stappen weer te doorlopen. En natuurlijk alle docenten zijn meteen begonnen. Naar een paar minuten kwamen de eerste vragen, natuurlijk had (bijna) niemand de stappenplan gelezen. Docenten zijn soms (heel soms) net leerlingen.

Mijn eerste blog staat na 2,5 uur klaar (en dat blijft spannend). Mijn nieuwe pagina is aangepast naar mijn voorkeur. Kat in het bakkie.

Differentiëren in je les met ICT werd gegeven door Gijs Palsrok aka meestergijs.  Gijs begon door te vragen voor wie de termen als TPACK, sociale media, flipping etc. als vertrouwd klonken. Ik en twee andere mochten aan de ene kant van het leslokaal staan. Wie er echt weinig vanaf wist moest aan de andere kant van het lokaal gaan staan. De rest mocht zich verdelen tussen de twee groepen. Gijs stelde voor om wie er veel vanaf wisten te koppelen met wie er weinig van af wisten. De workshop kon beginnen.

Na wat theorie en uitleg en niet te vergeten zijn eigen theorie (de 4 zuilen van Palsrok 🙂 ) konden we meteen aan de slag. We kregen op papier de opdracht. De opdracht was om een les te maken die iedereen kon maken in zijn eigen tempo. De vragen die we gingen beantwoorden waren:

Welk leerdoel?
Taxonomie van Bloom: onthouden,begrijpen, toepassen, analyseren, evalueren en creëren

Welke tool(s) voor welke pilaar:
Instructie, vraag en antwoord, werkvorm en toetsing

Welke rol van ICT past bij jou? (SMAR model)
– Substitution: nieuwe techniek vervangt oude.
– Augmentation: Nieuwe techniek leidt tot hogere functionaliteit.
– Modification: Herontwikkeling van taakonderdelen.
– Redefenition: Ontwikkel nieuwe taken die voorheen niet mogelijk waren.

Welke intelligenties van Gardner worden bediend?
Wat is de uiteindelijke meerwaarde?
Vergroot motivatie, uiteindelijk lagere werkdruk docent, recht doen aan verschillen.

Daarnaast staat een thinklink voor ons klaar. Je kan het vergelijken met een Symbaloo pagina. Deze Thinklink heeft Gijs onderverdeeld in sites voor instructie, sites voor vraag en antwoord en sites voor toetsing. Lekker makkelijk om meteen aan de slag te gaan. Natuurlijk heb ik ook maar meteen een account geopend op Thinklink, altijd handig :-). Ook bij deze workshop kwamen we er achter dat 3 uur erg weinig was. Zoals ik in beide evaluaties heb geschreven, als het erg leuk en inspirerend is dan gaat de tijd snel.

Al met al een mooie inspirerende dag waar ik weer vele bekende heb gezien en gesproken. Het mooie van al deze dag is dat alle lesmaterialen van alle workshops vrijgegeven worden door de gevers van de workshops. Dus ik kan nog even nalezen over de workshop minecraft in de klas en vele andere. Ik kwam erg moe maar voldaan thuis. Op naar de volgend inspirerende bijeenkomst.

 

 

 

lezen als een scepticus

Als ik vandaag in mijn timeline op Facebook kijk moet ik lachen en terugdenken aan http://www.researched.eu . Met name de presentatie van Casper Hulshof        http://www.researched.eu/2016/01/19/het-leven-van-een-scepticus/ .

Waarom denk ik terug aan deze dag? Een FB vriendinnetje heeft de volgende foto geliked en er bij geschreven dat dit klopt.

ADHD2

Daarnaast hebben 217 mensen dit bericht gedeeld en 166 vinden dit bericht leuk.

Maar Casper heeft me er op gewezen om verder te kijken, klopt dit bericht wel?

En als ik lees kan je alle punten ook bij andere mensen zien. Mensen zonder ADHD wel te verstaan.

De commerciële bureaus, die als paddenstoelen uit de grond schieten en veel geld willen verdienen over de rug van een ander, springen hier graag op in.

Zie bovenstaand bericht: 20 punten die je moet weten als je van iemand met ADHD houdt.

Je kan in deze titel makkelijk ADHD weg laten en de 20 punten snijden nog steeds hout. Ik kan zo genoeg voorbeelden verzinnen waarom en bij wie ik alle puntjes ook heb of misschien is dat wel de reden dat ik het heb. Ik zal ze niet allemaal gaan beschrijven en zal er een paar voorbeelden geven:

2 Ze luisteren maar absorberen niet wat er gezegd wordt.

Dit heb ik wel vaker bij mensen, ook waar ik niet van hou J, denk bijvoorbeeld aan een saaie vergadering, of als ik voor de zoveelste keer te horen krijg dat ik iets moet opruimen en dan de volgende dag er achter kom dat ik het niet heb gedaan.

6 Ze hebben moeite een taak los te laten wanneer zij in hun ‘zone’ zitten.

Wat staat hier nou? Wat wordt hier bedoeld? Als ik ergens mee bezig ben wil ik het ook afmaken, al duurt het meerdere dagen of moet ik een nacht door trekken. Ik noem het focus.

Wat wordt er met ‘zone’ bedoeld? Welke ‘zone’? zone van naaste ontwikkeling, van Vygotsky?

9 ze kunnen sociale angsten hebben.

Iedereen die verliefd is kan dat hebben, iemand die niet verliefd is trouwens ook.

Hier gaat het om het woordje kunnen.

16 ze vermijden taken.

Wie niet, denk ik dan. Taken die ik niet leuk vind, stel ik ook zo graag mogelijk uit.

19 ze zijn gepassioneerd in alles wat zij leuk vinden.

Ik heb nog nooit iemand ontmoet die aangeeft dat hij/zij iets leuk vindt en daar niet gepassioneerd over is? Ik vind het erg leuk om te koken, ik doe dit met veel passie, daarom heb ik nog geen ADHD.

20 ze zijn buitengewoon speciale en loyale mensen

Alle mensen waarvan ik hou zijn voor mij buitengewoon speciaal en, tot nu toe, ben ik naar hun loyaal en zij naar mij.

Ze laten het klinken alsof iemand met ADHD totaal anders is dan iemand die geen ADHD heeft. Oproep aan iedereen, probeer sceptisch te blijven wat je leest, stel vragen of het wel klopt, van wie is de bron en wat wilt de bron?  Ben een scepticus en zorg dat dit soort berichten niet verspreid wordt en neem niet alles klakkeloos over.

Als docent probeer ik mijn VMBO leerlingen kritisch te laten kijken naar dit soort berichten. en te laten zien dat dit soort berichten niet kloppen.

 

 

Leerlingen laten leren

Als docent ik aan het kijken hoe ik me kan verbeteren maar ook waarom ik me moet verbeteren in het lesgeven.

In het onderwijs worden vele goede dingen gedaan maar ook acties die geen meerwaarde hebben voor het leren van mijn leerlingen. Boeken als jongens zijn slimmer dan meisjes (Hulshof & Bruyckere de, 2013) , urban mythes about learning and education (Hulshof & Bruyckere de, 2015), Do Learners Really Know Best? Urban Legends in Education (Kirschner & Merriënboer, 2013)  maar ook het boek Visible Learning (Hattie, 2009) hebben mijn ogen doen openen en mijn visie op onderwijs is hierdoor bijgesteld.

Ik ben in januari 2015 mijn lessen anders gaan aanpakken en ben met twee klassen begonnen.

Volgens Hattie heeft het aangeven welk punt je wilt gaan halen het meeste effect om leerlingen te laten leren.

Vanaf januari tot juli ben ik hiermee aan de slag gegaan en inderdaad de punten van de leerlingen gingen omhoog. Zelfs die ene jongen die alleen maar onvoldoendes haalde ging zessen halen.

Maar er gebeurde meer dan alleen maar van te voren aangeven welk cijfer de leerling ging halen.

De mindset van de leerlingen gingen van een gesloten mindset naar een open mindset (Dweck, 2006, 2011). Dit is alleen mogelijk als de docent ook een open mindset heeft (Simons, 2013). Door de jaren heen is op een of andere manier mijn eigen mindset gesloten geraakt, ik ben wel weer blij dat mijn mindset open is gegaan.

In januari had ik een klas een snicker of mars beloofd indien ze het aangegeven cijfer zouden halen. Ik had hier meteen spijt van. Ik wil dat de leerling intrinsiek gemotiveerd is en niet extrinsiek (Black & Deci, 2000; Gillet, Vallerand, & Lafrenière, 2011; Ryan & Deci, 2000).

Dit schooljaar ben ik met bijna alle eerste jaars leerlingen en een aantal tweede jaars leerlingen hiermee aan de slag gegaan.

De gemiddelde eerste jaars leerling staat er in begin erg sceptisch tegenover het hele principe.

Ik ben als volgt tewerk gegaan:

Na de eerste les ga ik met de leerlingen in gesprek over welk punt zij graag willen gaan halen.

Leerlingen schrijven dan vaak een dikke voldoende op.

Een enkeling die aangeeft dat ze een 5 gaan halen, ga ik mee in gesprek. Ik ga er vanuit dat niemand onvoldoendes wilt halen. Dit heeft m.i. te maken met een negatief zelfbeeld al dan niet het gevolg van jaren negatieve ervaringen op school. Even om duidelijk te zijn, ik ben er niet voor om cijfers te geven zeker na het lezen van Cijfers geven werkt niet (Wiliam, 2013). Maar de leerling en het onderwijssysteem waar ik in werk willen dat wel.

Tijdens de les leg ik dan uit dat de leerling die zijn punt wilt gaan halen het volgende moet doen.

Per hoofdstuk eerst (begrijpend) lezen.

Elke keer als ze een blauwe woord tegenkomen, dient deze opgeschreven te worden en ze zetten de betekenis van het blauwe woord erachter.

Indien de leerling een blauwe opdracht tegenkomt maakt de leerling die. De blauwe opdrachten gaan over de tekst die ze van te voren gelezen hebben.

Aan het einde van het hoofdstuk staat een kolom om te onthouden. Dit zijn maximaal 10 zinnetjes en het is de essentie van het hoofdstuk. Ik geef aan dat de leerlingen dit ook overschrijven.

Om de blauwe woorden en de betekenis maar ook om te onthouden heb ik alle leerlingen een rood schrift gegeven. Al het belangrijke staat dan in het schrift.

Dit alles kunnen ze tijdens de les doen.

Hebben leerlingen vragen over de lesstof wil ik eerst hebben dat ze het bij hun groepsgenootjes navragen. Als de groepsgenoten het niet weten kunnen ze het aan andere groepen vragen in de klas. Indien ze er niet uitkomen kan ik, de docent, ze helpen.

Ik doe dit omdat Hattie heeft aangegeven dat als leerlingen lesstof aan elkaar uitleggen ze het beter begrijpen (Hattie, 2009). Daarnaast kan ik horen of de ene leerling het aan de andere goed uitlegt waardoor beide leerlingen weer leren.

Ik vraag de leerling dan wel om elke dag, maximaal 15 minuten, het schriftje door te lezen en te bekijken wat ze nog niet begrijpen.

Ik geef aan dat alles wat ze begrijpen over mogen slaan want alles wat je weet hoef je niet te leren.

Daarnaast gebruik ik Kahoot om lesstof te oefenen. Het voordeel van Kahoot is dat de leerling meteen  feedback krijgen en ik kan daarop inspelen. Feedback geven zorgt ervoor dat de leerling leert (Timperley, Hattie, & Timperley, 2007). Een nadeel van Kahoot heb ik ook al gemerkt. Niet iedereen kan in 30 seconden lezen en een antwoordt geven, dus ik heb de tijd aangepast. Daarnaast heeft niet alle leerlingen een telefoon of is de wifi instabiel, vandaar dat ik het zoveel mogelijk op een vaste PC probeer te oefenen.

Leerlingen gaan voortvarend aan de slag en de volgende les merk ik dat niet iedereen zich aan de afspraak kan houden, door allerlei omstandigheden. Daarom zijn het natuurlijk ook leerlingen en ze zijn op school om te leren.

De laatste vijf minuten van de les bespreek ik met elke leerling of ze nog op de goede weg zitten om hun eerder aangegeven cijfer te gaan halen. Leerlingen passen hun cijfer aan tot aan de les voor de toets.

Inmiddels zijn de eerste toetsen afgenomen. En de resultaten zijn goed. Leerlingen zijn blij dat ze voldoendes hebben gehaald. Ik projecteer op het bord de cijfers die de leerlingen zelf wilde halen en bespreek, klassikaal, wat ze hebben gehaald en wat ze hebben willen halen.

De vragen die ik aan alle leerlingen stel zijn:

  • Heb je alle hoofdstukken (begrijpend) gelezen?
  • Heb jij alle blauwe woorden overgeschreven met de betekenis er achter?
  • Heb je alle blauwe opdrachten gemaakt?
  • Heb je elke dag maximaal 15 minuten aan het schriftje besteed?

Alle leerlingen geven aan dat ze toch nog meer kunnen doen om hun cijfer te verhogen. Over enkele weken vindt de toets week plaats. Ik ben erg benieuwd wat de leerlingen dan gaan halen.

Met andere woorden, wordt vervolgd