researchED 2016

30 januri  was ik op de eerste researchED. Gastheer was het Hermann Wesselink College in Amstelveen. Het programma bestond uit 27 workshops. De sprekers hebben onderzoek gedaan in het onderwijs of vertalen hun onderzoek naar het onderwijs. In 6 rondes van 40 minuten vertelde de sprekers over hun onderzoek in relatie met het onderwijs.Omdat er zoveel inspirerende sprekers waren werd het een dan van keuzes maken, helaas.

Gelukkig heeft de organisatie sommige workshops gestreamd op periscoop. Hierdoor heb ik s’avonds naar de workshops van Amber Walraven, Als 21e eeuws leren bestaat, bent u een slechte docent, kunnen kijken.

Het nadeel van een workshop op periscoop zetten is dat het naar 24 uur weer weg is. Zeker als het de bedoeling is om onderzoek en onderwijs dichter bij elkaar te brengen.

Na een introductie van Tom Bennett, Founder researchED ben ik naar Jelle Jolles, Neuropsycholoog, gegaan. Jelle keek naar de lerende tiener in neuropsychologisch perspectief: lessen voor het onderwijs. In een veel te kleine klas voor deze spreker vertelde Jelles zijn verhaal. Strekking van het verhaal is dat de o.a. de docent (ook de ouders)  je taak is om zoveel mogelijk hersenconnecties te activeren, hoe meer hersenconnecties hoe meer kluisjes het kind heeft. Hierdoor kan het kind op latere leeftijd zijn kennis, ervaringen en belevingen halen. Hierdoor is de docent de motor van ontwikkeling van het kind. De docent geeft steun, sturing, inspiratie en kennis aan het kind. Stimuleer het kind breed met kennis en vaardigheden. Houd rekening met individuele verschillen. “een traag groeiende boom kan ook de hoogste worden! “ Aldus Jelle. hier is zijn zeer uitgewerkte presentatie te zien:  http://bit.ly/1Rf2IO7

Pedro de Bruyckere gaf een workshop over schaarste en onderwijs hier is de link naar zijn presentatie: http://bit.ly/1nFCM2D .

In de leefwereld van de leerling waar er een overvloed is aan alles is het de taak van de docent om de leerling te leren keuzes te maken. Dit kan alleen als er speelruimte is zowel voor de leerling als voor de docent.

Casper Hulshof gaf een geweldige presentatie over Het leven van een loser scepticus.

Hier is een link naar zijn presentatie: http://bit.ly/1m78t3l Deze presentatie ligt in een verlengde naar aanleiding van zijn boeken (samen geschreven met Pedro de Bruyckere): jongens zijn slimmer dan meisjes en andere Mythes in het onderwijs en Urban Myths. Casper geeft aan dat je als docent kritisch moet blijven wat je leest, zowel wetenschappelijke artikelen als gewone berichten. Hij geeft een aantal tips:

  • Strip it (kijk wat er nu echt staat) and flip it (draai het om en klopt het dan nog steeds);

  • Kijk naar de bron van het bericht en wat zegt deze over het stuk;

  • Analiseer zelf het stuk;

  • Stel de vraag of jij er iets mee moet doen.

Als uitsmijter gaf Casper een citaat van Ricard Feyman: “The first principle is that you must not fool yourself and you are the easiest person to fool.”

Als laatste presentatie van de dag ging ik naar Rene Kneyber.

Rene vertelde over zijn eerste boek het alternatief, weg met de afreken cultuur in het onderwijs. Over dat de docent moet opkomen voor zijn eigen belangen en dat het systeem waarin hij werkt totaal anders moet.

Vervolgens ging Rene verder over het alternatief 2 waarom de docenten de ruimte niet pakken die ze inmiddels wel, steeds meer, krijgen. In hoeverre is de docent in staat zijn ruimte te pakken maar ook in hoeverre is zijn omgeving in staat deze ruimte te geven.

In de top down setting waar docenten moesten acteren naar plotselinge vrijheid is het normaal dat docenten niet zelfstandig kunnen denken. Wanneer de schoolleiding deze docent ondersteund zal de docent zijn ruimte gaan pakken.

Op dit moment is er nog steeds maar weinig ruimte om te pakken voor de docent omdat de schoolleider er voor zorgt dat de docent nog veel les moet geven. Les geven wordt vergeleken met het geven van een kinderfeestjes. Het is heel druk en daardoor weinig ruimte om vorm te geven aan je les. Hierdoor voelt de docent stress/ werkdruk. Indien de docent meer professioneel vermogen heeft zal deze ook minder stress/ werkdruk ervaren. Investeer daarom als docent (en als schoolleider) om je netwerk te vergroten.

Rene adviseert daarom ook  als je als docent iets wilt veranderen om:

1 ga roken (rokers hebben een groot netwerk)

2 wees onuitstaanbare bemoeial (heb een mening en ventileer die ook)

3 verbind online (ga bloggen en twitteren)

4 verbind je met doel onderwijs

Een Tip voor de schoolleiders, ga je ook bezig houden met het primair proces. De meerderheid van de schoolleiders houden zich alleen bezig met vergaderen en administratie.

Al met al een zeer leerzame dag en ik hoop dan ook dat researchED volgend jaar weer terug komt, ik zal er zijn (en ik heb gehoord dat ze er al mee bezig zijn 😉 )

 

Geluid vanuit de leerling

De kennismakerij, http://bit.ly/1m7dOHC , heeft een meet-up georganiseerd naar aanleiding van de tegenlicht documentaire de onderwijzer aan de macht uit 2015. http://bit.ly/1tXt4dv zie link.

Tijdens deze bijeenkomst vielen mij twee meiden op. Willemijn & Didde.

Deze twee hebben een mening over het onderwijs dat ze krijgen en zijn daar in de zomer van 2015 over gaan bloggen. De naam verander die hel zegt al iets over hoe ze denken over school.

Daarnaast hebben ze ook gesproken op de youth Ted Talk, zie link: http://bit.ly/1nwOhbS .

Ik ben blij dat niet alleen docenten van mening zijn dat het onderwijs systeem veranderd dient te worden. Ik hoop dat dit een trend wordt dat andere leerlingen ook in gesprek gaan met hun school om aan te geven dat het systeem waarin ze zitten niet meer werkt.

 

 

Leerlingen laten leren

Als docent ik aan het kijken hoe ik me kan verbeteren maar ook waarom ik me moet verbeteren in het lesgeven.

In het onderwijs worden vele goede dingen gedaan maar ook acties die geen meerwaarde hebben voor het leren van mijn leerlingen. Boeken als jongens zijn slimmer dan meisjes (Hulshof & Bruyckere de, 2013) , urban mythes about learning and education (Hulshof & Bruyckere de, 2015), Do Learners Really Know Best? Urban Legends in Education (Kirschner & Merriënboer, 2013)  maar ook het boek Visible Learning (Hattie, 2009) hebben mijn ogen doen openen en mijn visie op onderwijs is hierdoor bijgesteld.

Ik ben in januari 2015 mijn lessen anders gaan aanpakken en ben met twee klassen begonnen.

Volgens Hattie heeft het aangeven welk punt je wilt gaan halen het meeste effect om leerlingen te laten leren.

Vanaf januari tot juli ben ik hiermee aan de slag gegaan en inderdaad de punten van de leerlingen gingen omhoog. Zelfs die ene jongen die alleen maar onvoldoendes haalde ging zessen halen.

Maar er gebeurde meer dan alleen maar van te voren aangeven welk cijfer de leerling ging halen.

De mindset van de leerlingen gingen van een gesloten mindset naar een open mindset (Dweck, 2006, 2011). Dit is alleen mogelijk als de docent ook een open mindset heeft (Simons, 2013). Door de jaren heen is op een of andere manier mijn eigen mindset gesloten geraakt, ik ben wel weer blij dat mijn mindset open is gegaan.

In januari had ik een klas een snicker of mars beloofd indien ze het aangegeven cijfer zouden halen. Ik had hier meteen spijt van. Ik wil dat de leerling intrinsiek gemotiveerd is en niet extrinsiek (Black & Deci, 2000; Gillet, Vallerand, & Lafrenière, 2011; Ryan & Deci, 2000).

Dit schooljaar ben ik met bijna alle eerste jaars leerlingen en een aantal tweede jaars leerlingen hiermee aan de slag gegaan.

De gemiddelde eerste jaars leerling staat er in begin erg sceptisch tegenover het hele principe.

Ik ben als volgt tewerk gegaan:

Na de eerste les ga ik met de leerlingen in gesprek over welk punt zij graag willen gaan halen.

Leerlingen schrijven dan vaak een dikke voldoende op.

Een enkeling die aangeeft dat ze een 5 gaan halen, ga ik mee in gesprek. Ik ga er vanuit dat niemand onvoldoendes wilt halen. Dit heeft m.i. te maken met een negatief zelfbeeld al dan niet het gevolg van jaren negatieve ervaringen op school. Even om duidelijk te zijn, ik ben er niet voor om cijfers te geven zeker na het lezen van Cijfers geven werkt niet (Wiliam, 2013). Maar de leerling en het onderwijssysteem waar ik in werk willen dat wel.

Tijdens de les leg ik dan uit dat de leerling die zijn punt wilt gaan halen het volgende moet doen.

Per hoofdstuk eerst (begrijpend) lezen.

Elke keer als ze een blauwe woord tegenkomen, dient deze opgeschreven te worden en ze zetten de betekenis van het blauwe woord erachter.

Indien de leerling een blauwe opdracht tegenkomt maakt de leerling die. De blauwe opdrachten gaan over de tekst die ze van te voren gelezen hebben.

Aan het einde van het hoofdstuk staat een kolom om te onthouden. Dit zijn maximaal 10 zinnetjes en het is de essentie van het hoofdstuk. Ik geef aan dat de leerlingen dit ook overschrijven.

Om de blauwe woorden en de betekenis maar ook om te onthouden heb ik alle leerlingen een rood schrift gegeven. Al het belangrijke staat dan in het schrift.

Dit alles kunnen ze tijdens de les doen.

Hebben leerlingen vragen over de lesstof wil ik eerst hebben dat ze het bij hun groepsgenootjes navragen. Als de groepsgenoten het niet weten kunnen ze het aan andere groepen vragen in de klas. Indien ze er niet uitkomen kan ik, de docent, ze helpen.

Ik doe dit omdat Hattie heeft aangegeven dat als leerlingen lesstof aan elkaar uitleggen ze het beter begrijpen (Hattie, 2009). Daarnaast kan ik horen of de ene leerling het aan de andere goed uitlegt waardoor beide leerlingen weer leren.

Ik vraag de leerling dan wel om elke dag, maximaal 15 minuten, het schriftje door te lezen en te bekijken wat ze nog niet begrijpen.

Ik geef aan dat alles wat ze begrijpen over mogen slaan want alles wat je weet hoef je niet te leren.

Daarnaast gebruik ik Kahoot om lesstof te oefenen. Het voordeel van Kahoot is dat de leerling meteen  feedback krijgen en ik kan daarop inspelen. Feedback geven zorgt ervoor dat de leerling leert (Timperley, Hattie, & Timperley, 2007). Een nadeel van Kahoot heb ik ook al gemerkt. Niet iedereen kan in 30 seconden lezen en een antwoordt geven, dus ik heb de tijd aangepast. Daarnaast heeft niet alle leerlingen een telefoon of is de wifi instabiel, vandaar dat ik het zoveel mogelijk op een vaste PC probeer te oefenen.

Leerlingen gaan voortvarend aan de slag en de volgende les merk ik dat niet iedereen zich aan de afspraak kan houden, door allerlei omstandigheden. Daarom zijn het natuurlijk ook leerlingen en ze zijn op school om te leren.

De laatste vijf minuten van de les bespreek ik met elke leerling of ze nog op de goede weg zitten om hun eerder aangegeven cijfer te gaan halen. Leerlingen passen hun cijfer aan tot aan de les voor de toets.

Inmiddels zijn de eerste toetsen afgenomen. En de resultaten zijn goed. Leerlingen zijn blij dat ze voldoendes hebben gehaald. Ik projecteer op het bord de cijfers die de leerlingen zelf wilde halen en bespreek, klassikaal, wat ze hebben gehaald en wat ze hebben willen halen.

De vragen die ik aan alle leerlingen stel zijn:

  • Heb je alle hoofdstukken (begrijpend) gelezen?
  • Heb jij alle blauwe woorden overgeschreven met de betekenis er achter?
  • Heb je alle blauwe opdrachten gemaakt?
  • Heb je elke dag maximaal 15 minuten aan het schriftje besteed?

Alle leerlingen geven aan dat ze toch nog meer kunnen doen om hun cijfer te verhogen. Over enkele weken vindt de toets week plaats. Ik ben erg benieuwd wat de leerlingen dan gaan halen.

Met andere woorden, wordt vervolgd